Blog

Algemeen

Op weg naar een kleine en witte PABO?

15 december 2016  |   Gerard van Drielen  
De arbeidsmarkt van het primair onderwijs blijft een punt van aanhoudende zorg. De belangstelling voor het werken in het onderwijs neemt nog steeds af. Maar in delen van de Randstad is er juist sprake van demografische groei. Daar zullen op termijn meer leerkrachten nodig zijn.
 
In de jaren dat ik in het onderwijs werk heb ik het verschijnsel van het verwachte lerarentekort zeker twee maal voorbij zien komen. Beide keren werd er met grote zorg over gesproken en was er een brede verlegenheid als het ging om de vraag wat de juiste beleidsreactie hierop zou moeten zijn. Vervolgens bleek na enige jaren dat het dreigende tekort in rook was opgegaan, veelal omdat de tekortproblematiek werd geabsorbeerd binnen de scholen. Het ogenschijnlijke gemak waarmee destijds de dreiging van die tekorten werd afgewend, leidde met terugwerkende kracht tot een wat laconieke houding ten opzichte van het lerarentekort. Het zou zichzelf wel oplossen.
 
Diezelfde laconieke houding kom ik nu ook tegen als het erom gaat hoe we de komende jaren in de behoefte aan nieuwe leerkrachten in de grote steden moeten voorzien. Ik maak me zorgen over die houding. Ik denk namelijk dat we nu met een ander proces worden geconfronteerd dan destijds. Kijk naar wat er nu gebeurt met de pabo’s. Recentelijk was er veel kritiek op de kwaliteit van hun afgestudeerden. Als reactie hierop hebben ze hun kwalitatieve eisen fors opgeschroefd. Er zijn taal- en rekentoetsen ingevoerd, het afstuderen is fors aangescherpt en sinds kort zijn er toelatingstoetsen voor de wereldvakken.
 
Die aanzet tot verhoging van de kwaliteit is uiteraard prima. Maar helaas is er niet stilgestaan bij de vraag hoe alle potentiële instromers in de pabo op het goede startniveau kunnen worden gebracht. Dat raakt met name de mbo-studenten, die een belangrijk deel van de instroom vormen. Doordat de mbo’ers nu op grote schaal uitvallen of wegblijven, is de instroom op de pabo’s in de grote steden fors gedaald. In Rotterdam en Den Haag bedraagt de afname zelfs meer dan vijftig procent. In Amsterdam en Utrecht zal dat niet veel beter zijn. Die daling bedreigt de continuïteit van de pabo’s en vergroot het verwachte lerarentekort.
 
De groep mbo’ers die nu op grote schaal wegblijft, bevat in de grote steden veel jonge vrouwen met een migrantenachtergrond. Het uitvallen van deze potentiële leerkrachten is spijtig voor de basisscholen in de grote steden, die deze leerkrachten nodig hebben. Op veel van deze scholen is de leerlingpopulatie grotendeels ‘verkleurd’. Juist deze jonge mensen kunnen vanuit hun achtergrond een goede verbinding leggen met deze leerlingen en hun ouders en een rolmodel zijn.
 
We staan voor de opgave om de ambitie van hoge kwaliteit vast te houden en er tegelijkertijd voor te zorgen dat potentiële studenten goed zijn toegerust voor de pabo. Anders wordt de pabo een kleine opleiding voor jonge witte vrouwen in een verkleurde stad. We moeten toe naar nieuwe oplossingen. Geef bijvoorbeeld jonge mensen eventueel meer tijd om het gewenste entreeniveau te bereiken. Ontwikkel een extra jaar voor groepen met een specifieke leerbehoefte. Ontwikkel samen met roc’s en hogescholen een uitstroomprofiel voor niveau 4, gericht op doorstroom naar het hbo. Maak voor dergelijke maatregelen ruimte in de bekostiging van middelbaar en hoger beroepsonderwijs.
 
We moeten alles op alles zetten om voldoende en goede leerkrachten te krijgen, die in de grootstedelijke scholen kinderen en ouders uit allerlei culturen kunnen inspireren. Bovenal gaat het erom dat we talent niet verloren laten gaan, zoals dat nu gebeurt. De Inspectie stelde onlangs terecht de ongelijke kansen in het onderwijs aan de orde. De minister maakt nu in het kader van de nieuwe Gelijke Kansen Alliantie 2,5 miljoen Euro beschikbaar voor de aansluiting tussen MBO en HBO ten behoeve van de doorstroming naar de PABO. Gezien de omvang van het probleem lijkt me dat vooral een startsubsidie. Er zal structureel aanzienlijk veel meer nodig zijn om vernieuwende trajecten op te zetten om het talent dat we eerder zijn kwijtgeraakt, in de toekomst goed voorbereid aan de studie te laten beginnen.
 
Gerard van Drielen is voorzitter CvB van Stichting Christelijk Onderwijs Haaglanden. Daarvoor was hij lid van het CvB van Hogeschool Rotterdam.
Delen: