Blog

Algemeen

​Schaarste

13 april 2018  |   Gerard van Drielen  
Als er een onderwerp is dat in de media regelmatig aandacht krijgt, is het wel het lerarentekort. Niet verwonderlijk dat dit zoveel aandacht krijgt, het gaat om een groot belang: voldoende leraren voor de kinderen van dit land. 

Kinderen, ouders en leraren voelen allemaal dagelijks voor welke problemen scholen worden gesteld door de schaarste aan nieuwe leraren. Soms bekruipt mij frustratie over het feit dat we hierin zijn beland: het probleem van het lerarentekort is niet vanuit het niets ontstaan.

Misrekening van formaat
In feite hebben we te maken met een situatie die jaren geleden al te voorzien was: een ouder wordend lerarenbestand, een afnemende belangstelling voor de lerarenopleiding basisonderwijs, een niet al te goede waardering voor het vak van leraar in het basisonderwijs en een navenante beloning voor dit vak.

Het heeft er alle schijn van dat in brede kring de opvatting postvatte dat het allemaal niet zo’n vaart zou lopen met het ontstaan van het lerarentekort. Dat gevoelen zal nog versterkt zijn door het feit dat het lerarentekort, dat in de jaren tachtig van de vorige eeuw werd verwacht, schijnbaar moeiteloos door de sector van het basisonderwijs werd opgelost. De gedachte dat het toen ook goed was gekomen en dat dat ook nu wel weer het geval zou worden, blijkt een misrekening van formaat te zijn geweest.

Opwaardering van het vak
Er is niet ingezet op herpositionering en opwaardering van het vak van leraar in het basisonderwijs. Een mix van bacheloropleidingen en masteropleidingen voor het basisonderwijs is in ons land niet gerealiseerd. Daarmee is een mogelijkheid gemist om te komen tot een aanzienlijke verdieping en intellectuele versterking van de opleiding voor het basisonderwijs. Een passend beloningsstelsel is daarmee ook niet tot ontwikkeling gekomen en dat heeft ook niet bijgedragen tot een hogere belangstelling voor dit vak; het omgekeerde is eerder het geval.
 
Goed onderwijs
Genoeg over mijn frustratie. We staan nu voor de uitdaging om ervoor te zorgen dat de kinderen op onze scholen goed onderwijs krijgen, ook al staat dat onder grote druk door het gebrek aan ziektevervangers en nieuwe jonge leraren. Ik neem dagelijks waar dat ons personeel zich dag na dag inzet om ervoor te zorgen dat het onderwijs doorgang kan vinden, en dat verdient alle lof.

Een veelheid van maatregelen wordt genomen: groepen worden bij ziekte van leerkrachten verdeeld, er worden lio-studenten ingezet om bijstand te verlenen, deeltijdaanstellingen worden uitgebreid, zij-instromers worden geworven. En als het niet anders kan wordt er een beroep gedaan op uitzendbureaus, die nu goede zaken doen. De scholen draaien in deze gevallen op voor de hoge rekening van het uitzendbureau. Ze betalen ook nog eens BTW over deze contracten met de uitzendbureaus en vullen daarmee overigens de kas van het rijk. Nooit gedacht dat onze overheid op deze wijze ook nog eens zou profiteren van het lerarentekort; daar moeten we het ook nog eens over hebben. Maar zelfs uitzendbureaus kunnen niet altijd leveren en dat leidt dan tot de nare situatie dat klassen naar huis moeten worden gestuurd, iets wat niemand wil, maar dat helaas soms onontkoombaar is.
 
Vindingrijkheid
Intussen doet zich het verschijnsel voor dat de schaarste ook leidt tot vindingrijkheid. Het leidt tot een intensievere samenwerking tussen leerkrachten. Er ontstaan samenwerkingsvormen die door de grenzen van het jaarklassensysteem heen gaan. Soms ontstaan ook samenwerkingen tussen pedagogisch medewerkers van de peuterscholen en leerkrachten van de onderbouw om ervoor te zorgen dat kinderen nog wel onderwijs kunnen krijgen. Onder de druk van de omstandigheden ontstaan op kleine schaal samenwerkende teams die verantwoordelijkheid nemen voor groepen leerlingen.
 
Los van de prikkel van de schaarste kiezen scholen er ook bewust voor om te komen tot andere organisatievormen voor het onderwijs. Zo wordt er gewerkt aan vormen van projectmatig onderwijs waarbij andere groepen worden ingericht dan de traditionele jaarklassen en waarbij bouw doorbrekend wordt gewerkt. Instructie en begeleiding worden opgepakt door teams van leraren en assistenten.

Van kleur verschieten
Het onderwijs verschiet daarmee van kleur: van een activiteit van een individuele leraar voor zijn/haar groep naar samenwerkingsvormen tussen leraren onderling, tussen leraren en onderwijsassistenten, tussen leraren en pedagogisch medewerkers van peuterscholen. Dat projectmatig werken biedt een goede omgeving om te werken aan de ontwikkeling van vaardigheden die kinderen voor de toekomst nodig zullen hebben: samenwerken, onderzoeken, omgaan met nieuwe media enzovoorts. Wat blijft is onze opgave om ervoor te zorgen dat kinderen op terrein van de basisvaardigheden –zoals lezen, schrijven, rekenen- het allerbeste aangeboden krijgen. Wat komt is het werken aan de vaardigheden die kinderen in de toekomst nodig zullen hebben om hun plaats in de samenleving in te kunnen nemen.


Rijk onderwijs 
En dat lerarentekort? Daar moeten we aan blijven werken en het zal nog wel “even” bij ons blijven. Dat het ons ertoe brengt om meer samenwerking te organiseren tussen peuterscholen, basisscholen en kinderopvang kunnen we opvatten als een opmaat voor nieuwe en rijke vormen van onderwijs.
Delen: