nieuws

De Ontmoeting heeft leerlingen en hun prestaties goed in beeld

18-02-2019
Als school heb je een belangrijke taak: kinderen moeten er iets leren. Het is daarom belangrijk om goed in beeld te hebben wat kinderen kunnen en op welk niveau ze zitten. Elke school houdt daarom hun onderwijsprestaties nauwlettend in de gaten. De Onderwijsinspectie eist dat ook van scholen. Op De Ontmoeting gaat het team nog een stapje verder. Van ieder kind, van ieder individu, weet de groepsleerkracht wat het niveau is. Dit kan betekenen dat sommige kinderen rekenen of taal in een ander leerjaar krijgen. 

De Ontmoeting is een neveninstroomschool. Dit houdt in dat kinderen die in Nederland komen wonen, maar nog geen Nederlands spreken, eerst een jaar naar de taalklas gaan. Daar ligt de focus vooral op het leren van de Nederlandse taal. Daarna stromen kinderen in, in het leerjaar dat passend is bij hun leeftijd, maar ook bij hun niveau. Directeur Stephanie Kasteel: ,,Dit heeft tot gevolg dat er bij ons halverwege een schooljaar veel kinderen instromen, er zijn daarnaast veel verhuisbewegingen. De samenstelling van de klas wil nogal eens verschillen.’’

Met dit in het achterhoofd, heeft de school het kwaliteitsbeleid aangepast. Op de meeste scholen wordt op groepsniveau een analyse gemaakt en aan de hand daarvan wordt het programma aangepast of bijgesteld. Voor kinderen die extra hulp of extra uitdaging nodig hebben, wordt een apart programma gemaakt. 

Op De Ontmoeting gebeurt dit ook, maar het niveau wordt ook op kindniveau bijgehouden. Kinderen die starten in de taalklas en nog kort op school zitten en leerlingen die achterstanden hebben van meer dan een jaar, hebben een eigen ontwikkelperspectief. De bijbehorende doelen worden goed bijgehouden. Martine van Wijngaarden is adjunct-directeur en intern begeleider. Zij erkent dat dit heel veel werk is, maar ziet ook dat het leerkrachten veel oplevert. ,,Met deze doelgroep leerlingen zou je kunnen zeggen: ‘hij kan het niet, want hij spreekt geen Nederlands.  We gaan uit van wat een kind wél kan. Als leerkracht kan het zomaar zijn dat je allerlei verschillende niveaus in je groep hebt. Doordat je onderwijs biedt dat aansluit bij het niveau van het kind, zie je dat kinderen groeien. Als leerkracht zie je dus dat wat je doet, zin heeft.’’ 

Alle kinderen worden twee keer per jaar getest. Martine: ,,Het kan zo zijn dat een kind dat instroomt vanuit de taalklas in groep 6 thuishoort. Maar misschien scoort hij met de citotoetsen op niveau groep 4. Bij de vakken waar dit nodig is, zal dit kind dus leskrijgen op het niveau van groep 4. We werken veel met de stamgroepen, maar ook groepsdoorbrekend.’’ 

Stephanie: ,,Juist deze kinderen zijn het waard om zoveel energie in te steken. Ze hebben het thuis echt niet altijd makkelijk, sommige gezinnen staan in een overlevingsstand. Als je ouders geen Nederlands spreken, of niet kunnen lezen en schrijven omdat ze in hun thuisland amper onderwijs hebben gekregen, dan kunnen je ouders je ook niet helpen met je school. School is dan een veilige haven. We zien dat deze kinderen – het overgrote deel in elk geval – heel graag iets van zijn leven wil maken. Doordat ze op hun eigen niveau les krijgen, worden ze niet gefrustreerd, maar gemotiveerd. Ze willen heel graag een niveaugroep hoger, ze vinden het fantastisch als dat lukt.”

Delen
Terug naar overzicht